Olympisch kampioen Marit Bouwmeester over wonen in Friesland, zeilen en typisch Fries

De Friese Olympisch kampioen zeilen woont tegenwoordig in Scheveningen, maar Friesland blijft toch altijd als thuis voelen. “Ik ben daar opgegroeid, mijn familie en vrienden wonen daar en al mijn (jeugd)herinneringen zijn in Friesland. Dusja, Friesland voelt ook nog steeds als thuis”, zegt Marit Bouwmeester (29). We spreken elkaar op het zeilcomplex in Scheveningen.

“Ik had eerst heel veel moeite om hier in Scheveningen mijn draai te vinden. Van mijn 20e tot 22e heb ik hier ook gewoond, maar toen was ik 300 dagen per jaar weg van huis. Als ik dan in Nederland was, wilde ik heel graag naar mijn familie en ik merkte dat Den Haag – Friesland toch te ver is voor ‘even een dagje’. Toen heb ik mijn appartement opgezegd en ben ik weer naar Friesland verhuist. Mijn vriend komt hiervandaan, dus inmiddels wonen we met alle liefde hier. We trainen hier veel en hebben net een huis gekocht.”

Fries praten

Maar haar familie woont nog wel in Friesland. “Ik kom uit Wartena, een klein dorpje tussen Grouw en Leeuwarden. Mijn hele familie woont in hetzelfde dorp, dus ik ken al mijn nichtjes en neefjes ook supergoed. Ik mis soms wel dat ik even kan binnenwippen voor een bakkie. Vroeger gingen we vaak met z’n allen het water op in het weekend en spendeerden we de weekenden en vakanties op de boot. Met mijn familie spreek ik nog steeds Fries. Het is wel grappig; ik leer mijn vriend absoluut geen Fries, maar hij pikt het wel op. Mijn opa en oma spreken geen Nederlands tegen hem. Die vinden als je in Friesland bent, spreek je Fries. Ze zijn echt superlief, maar het zijn wel diehard Friesen. Mijn vriend begrijpt het inmiddels wel en kan er ook wel om lachen. Ook met mijn broer, die nu mijn coach is, spreek ik dagelijks Fries. Dat zit er zo in, het zou gek zijn om dat niet te doen.
Als ik in Friesland ben ga ik vaak met mijn pa een rondje Sneekermeer. Daar heb ik zoveel fijne herinneringen. We waren daar vroeger echt ieder weekend. Gaaf om al die herinneringen op te halen.”

Marit Bouwmeester zeilen

Eten in Friesland

“Het theehuis in Grouw aan het Pikmeer is een fijn restaurant. Daar heb ik nog een bijbaantje gehad, maar ik ben er ontslagen. In die tijd was er zo’n fase dat ik steeds hoorde dat ouders hun kinderen pushten. Toen dacht ik; ‘ik word ook gepusht om te zeilen!’, dus besloot te gaan werken in plaats van zeilen. Maar op het Pikmeer waren mensen aan het zeilen en dan wilde ik ook. Dus op een gegeven moment nam ik steeds vrij om te trainen en besloot ik dat ik na een bepaalde tijd niet kon werken. Ik liet het hele bedrijf om mij heen draaien, toen waren ze er gauw klaar mee. Mijn ouders hebben me altijd positief gestimuleerd wat zeilen betreft. Het enige wat ze echt wilden, was dat ik mijn school afmaakte. Veel topsporters vertragen hun studie, maar ik vond het logischer om te versnellen; dan was ik er sneller van af. Zo gezegd, zo gedaan. Ik rondde mijn HBO opleiding Small Business en Retail Management binnen twee jaar af en in die twee jaar deed ik niets anders dan slapen, eten, trainen en studeren. Dat was veel, maar betekende wel dat ik vanaf mijn 19e of 20e fulltime kon zeilen.”

Fries volgens Marit

Lekkerste Friese eten – “Fryske Dúmkes. Die koekjes bij de koffie waar je bijna je tanden aan breekt. Heerlijk! Maar ook Fries suikerbrood. Al durf ik dat nu echt niet meer te eten, dan ben ik bang dat die boot zinkt, zo’n caloriebom is het.”
Typisch Fries? – “Iedereen kent elkaar. De gemoedelijkheid. Als ik ga fietsen in Den Haag zeg ik iedereen gedag, maar niemand zegt iets terug. Maar in Friesland zegt iedereen elkaar gedag en kent iedereen elkaar.”
Leukste winkelstad? – “Rinsma in Gorredijk, geen stad maar een grote winkel. Die doen het echt heel goed. Leeuwarden wordt ook steeds leuker om te winkelen vind ik.”
Leeuwarden als culturele hoofdstad – “Ja, ongelooflijk! Daar moest ik wel even aan wennen hoor. Maar dat is ook omdat je er in je eigen stad niet zo naar kijkt.”
Zeilen in Friesland – “Zeilen in Friesland doe ik niet veel en heb ik vroeger ook niet veel gedaan, omdat ik al vrij jong bij het nationaal team kwam. Ik denk dat ik moeite zou hebben tegen die locals daar. Die kennen precies de trekwalletjes en weten hoe de wind beweegt; er zijn daar overal bomen en dingetjes. Ik ben meer een zeezeiler; hoe hoger de golven, hoe beter.”