Epke Zonderland (32) over Friesland, turnen en de Olympische Spelen van 2020

“Voor een of twee jaar zou ik best ergens anders dan in Friesland willen wonen, maar voor langere tijd niet”, vertelt Epke Zonderland. “Ik ben zo gewend aan de rust, ruimte en wonen in de buurt van het water, ik denk dat ik dat ergens anders heel erg zou missen. Vroeger had ik wel meer de behoefte om weg te gaan, maar dat wordt steeds minder.”

Als ik zeg Friesland, wat is dan het eerste waar je aan denkt?

“Het water. Ik ben opgegroeid in Lemmer, aan het IJsselmeer. Maar waar ik vooral aan denk zijn alle meertjes die met elkaar verbonden zijn. Daar heb ik vroeger ook veel gezeild, gewindsurft en geschaatst in de winter als het kon. Dat is volgens mij heel typisch voor Friesland, het water en alles wat daarmee annex is.”

Mag je nog steeds zeilen en dat soort dingen, ondanks je topsport?

“Gelukkig wel! Ik ga nog steeds graag windsurfen, maar ik moet wel zeggen dat ik het steeds minder doe. Het moet dan toevallig zo zijn dat op een vrije dag de wind goed staat en dat ik niet volop in training ben. Het mag dus wel, maar het is niet de bedoeling dat ik voor een toernooi mijn energie ga verbruiken aan windsurfen. Maar na een EK of WK probeer ik de goede dagen zeker mee te pakken.”

Wat zijn dingen die Hollanders denken over Friesen die absoluut niet waar zijn?

“Ze zeggen vaak dat Friesen stug zijn. En natuurlijk, er zijn stugge Friesen; maar het is zeker niet zo dat iedereen stug is. Ze kunnen soms misschien wat terughoudend overkomen, maar over het algemeen is dat niet mijn ervaring. Zeker niet als je mensen wat beter leert kenen, dan is het juist een hele warme gemeenschap. Daarnaast denken veel mensen dat er alleen maar agrarische bedrijvigheid heerst , maar dat is ook niet zo. De koeien en weilanden zijn een mooi onderdeel van onze provincie, maar er is echt wel meer dan dat. Ik woon bijvoorbeeld dichtbij het Oranjewoud, dat zijn prachtige bossen.”

Spreek jij met je vrouw en familie Fries?

“Met mijn vrouw niet. Ze komt wel uit Friesland, maar vanuit huis spreekt ze dat niet met haar ouders. Maar ik praat wel Fries met haar ouders, dat is een beetje gek eigenlijk. Voor ons is het heel normaal, we hebben het niet eens meer door. Met mijn broers, zus en ouders spreek ik wel Fries.”

Kun je mij wat leren in het Fries?

“Bûter, brea en griene tsiis, wa’t dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. Dat is een zin uit de verhalen van de mythische Friese vrijheidsstrijder “Grutte Pier”. Aan de hand van de uitspraak werd gecontroleerd of iemand een “echte” Fries was. Het betekent: boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen is geen echte Fries.”

Als jij geen turner was of arts zou worden en je moet kiezen tussen een van de volgende drie dingen, wat zou je dan gaan doen? Schaatsen, kaatsen of fierljeppen?

“Zeker schaatsen. Vroeger gingen we wel veel op natuurijs schaatsen, dus daar ben ik mee in aanraking gekomen. Als ik niet fanatiek was gaan turnen op jonge leeftijd was het waarschijnlijk schaatsen geworden. Tuurlijk is schaatsen een typisch Friese sport, maar überhaupt wel Nederlands denk ik. Kaatsen en Fierljeppen; dat zijn wel echt diehard Friese sporten hoor. Fierljeppen heb ik vroeger nog wel gedaan met vriendjes. Gingen we voor de lol over de slootjes heen springen met een stok. Kaatsen heb ik nooit gedaan, maar lijkt mij best leuk om eens te doen.”

 

© Craft Sportswear
© Craft Sportswear

Wat zou jij aanraden om te doen als iemand een dagje naar Friesland gaat?

“Ik denk dat je een fietstour moet maken. Ik kom zelf uit het Zuidwesten van Friesland. Als je daar een fiets huurt en de kustlijn aanhoudt, dan zie je ook echt iets van de omgeving. Gewoon lekker buiten zijn; de natuur is zo mooi in Friesland. Of een bootje huren met mooi weer natuurlijk! Dat is altijd een succes.”

Mooiste herinnering aan Friesland?

“Misschien ben ik een beetje beïnvloed door afgelopen winter, maar de Elfstedentocht is natuurlijk fantastisch. De ijspret. Op slootjes en ijsbanen schaatsen is ook hartstikke mooi, maar zo’n Elfstedentocht is echt een happening waar heel Nederland dan mee bezig is. Dat is fantastisch. In ’97 heeft mijn vader hem gereden. Toen zijn we met z’n allen het ijs opgegaan om hem succes te wensen. Ja, dat is een prachtige herinnering natuurlijk.”

Wat moeten ‘wij Hollanders’ leren van ‘jullie Friesen’?

“Ik denk dat de Friese nuchterheid een hele goede eigenschap kan zijn. Je niet gek laten maken. Dat je niet meteen overal het slechte van in ziet. Dat is wel een goede eigenschap van ‘ons Friesen’ denk ik.”

En andersom?

“Als ik denk aan ‘buiten Friesland’ denk ik meteen aan grote steden. Ik vind het wel jammer dat mensen na hun studie richting de Randstad moeten vertrekken voor werk. Kijk, een Hbo-opleiding kan je ook in Friesland of Groningen volgen, dan ben je ook in de buurt. Dat doen veel mensen dan ook wel. Maar het zou mooi zijn als de combinatie wonen en werken in het Noorden ook wat aantrekkelijker wordt gemaakt voor jongeren. Dat er op die manier ontwikkeling komt en dat mensen na hun studie niet altijd maar naar andere plekken moeten. Ik denk dat we daar zeker wat van kunnen leren van ‘jullie Hollanders’.”

Over 5 jaar, ben je dan nog turner, arts of iets anders?

“Ik verwacht dat de Olympische Spelen van 2020 de laatste wedstrijd is. Eind van dit jaar begint de kwalificatieprocedure voor de Olympische spelen in Tokyo 2020, vooral tijdens het WK van 2019 worden plekken weggegeven. Dus volgend jaar zal een belangrijk moment zijn. Over vijf jaar ben ik als het goed is in opleiding tot specialist. Op dit moment twijfel ik nog welke richting ik op wil. Ik heb een stage orthopedie gehad en ben net begonnen met sportgeneeskunde. Waarschijnlijk ben ik over vijf jaar voor een van de twee in opleiding.”

Kijken mensen niet raar op, als jij ineens naast hun bed staat?

“Meestal wel ja. Meeste mensen vinden het apart om mij daar te zien in een witte jas. Verwachten ze een dokter, kom ik daar in een keer binnen. Maar over het algemeen zijn mensen heel aardig en is het vooral grappig en positief.`